Jannemieke Caspers

toneelschrijver | theatermaker

WOLF

Na een vijfdaagse storm waardoor het dorp in de vallei overstroomt raakte, en er geen hulp van buitenaf kwam, zijn de bewoners bezig de schade te herstellen en het uitgestelde jaarlijkse Heidi-feest voor te bereiden. Het Heidi-feest is een hele lange traditie waarin één meisje van 18 jr d.m.v. lootjes trekken Heidi mag zijn, wat inhoudt dat ze ‘s nachts de heuvels in gaat en achterna gezeten wordt door de gemaskerde jagers (alle vrijgezelle mannen uit het dorp) die haar met paintball-geweren proberen te schieten.
Op een ochtend ziet broze-botten-Grietje vanuit haar kioskhokje op het station twee vreemden figuren op het perron liggen. Hank – die Grietje door zijn verrekijker observeert – hoort haar via de radio over de vreemdelingen praten. Niemand weet wie het zijn, en wat ze komen doen, maar iedereen krijgt er wel een idee over. Dat verder niemand ze heeft gezien maakt het extra verdacht. Schuilhouden doe je immers alleen als je iets slechts van plan bent. Ondertussen worden er steeds meer mensen ziek in het dorp. En blijken er spullen te missen van het Heidi-feest. Bij elkaar genoeg reden om in paniek te raken. Koste wat het kost zal het Heidi-feest echter doorgaan. En dit jaar komt de naam van Grietje uit de trekking. Emme wil absoluut niet dat haar dochter Heidi wordt. Uiteindelijk sluiten de anderen Emme op in haar boekwinkel om veilig te stellen dat Grietje Heidi zal zijn. Hank is ervan overtuigd dat alles erop wijst dat de twee vreemdelingen (Karl en Svetlana zoals hij ze noemt) tijdens het Heidi-feest een aanslag zullen plegen. Hij bedenkt een plan om samen met Harold en Navîn tijdens de Heidi-nacht in het bos op de twee vreemdelingen te jagen.Een stuk over de angst voor de ander, terwijl ‘de ander’ eigenlijk niet bestaat maar alleen in je eigen hoofd zit. Zoals de werkelijkheid altijd gevormd wordt door omstandigheden en alles wat je ziet constant een interpretatie is van dat wat je al vermoed, gebaseerd op eerdere ervaringen, angsten en verwachtingen. Je grootste vijand ben je zelf.
Deze tekst schreef ik met de Werkbeurs Theatertekst van het FPK, en is hier te downloaden. Dramaturgische begeleiding: Jannet van Lange.
Met een aanvullend budget (COVID regeling – van maker tot lezer) van het Letterenfonds heb ik een geluidsopname van een tekstlezing kunnen maken. Met Anna Schoen, Audrey Bolder, Karlijn van Kruchten, Marcel Roelfsema, Titus Boonstra en Joris Erwich. Podcast: Floor van Lissa
Luister de podcast WOLF:

TEKSTFRAGMENT:
SCÈNE 1 – PLAT OP HET PERRON

Grietje zit in het dichte kiosk-hokje op het perron.

Hank zit in zijn rolstoel voor de openslaande deuren op het terras van de Villa op de berg.
Hij kijkt door zijn verrekijker naar Grietje op het perron. Op zijn schoot een radio waarop hij naar Grietje luistert.

Hank En op een ochtend stopt broze botten Grietje zomaar met zingen.
De stilte ruist via haar radio het dorp in.
Ze staat op,
haar beker valt om-

Grietje  Wat the fuck

Hank Ze slaat haar handpalmen tegen het raam van haar hok
voorhoofd ertussen geplakt
ogen groot

Grietje  Er liggen twee figuren op het perron.

Hank – horen wij over haar radio.

Grietje  Twee figuren
Op het enige perron van dit kleine kutstation, in deze vergeten vallei.
Hallo? (ho-ho-ho?)

Hank Er komt hier nooit meer iemand
Treinen razen voorbij
Vliegtuigen gaan over
Echo! -ho –ho –ho –ho –ho!
Dit is geen plek om te stoppen
En wij
wij vinden dat prima

Grietje  Hallo?
Gaat het goed?
Hallo! Ik zit hier. Ziet u mij?
Meneer? Mevrouw?

Hank Ze klopt tegen het glas
Grietje praat.
Ze zwaait.

Grietje  Zijn ze dood?
Of slapen ze…
Hé!
Een beweegt.
Hij klimt op – trekt die ander ook op – ze staan – ze wankelen – ze staan.

Hank Wie zijn ‘ze’?
Wat komen zie hier in godsnaam doen?

Grietje   Sorry, ik kan hier niet uit, ziet u.
Mijn moeder heeft de sleutel.

Hank Dit zijn geen reizigers.
Dat hoor ik meteen.

Grietje  Anders was ik dus wel even naar u toe gekomen.
Maar dat kan dus niet.
Heeft u interesse in iets te lezen?

Hank Dit zijn zoekers.
Leer Hank de mens kennen.

Grietje  Of iets te drinken?

Hank   Bonnie en Clyde

Grietje  U heeft vast een verre reis gemaakt.
Wat is er gebeurd – dat jullie hier zo – plat op het perron lagen…

Hank Dietrich en Marlene

Grietje Voelt u zich wel goed?
U bent toch niet geslagen hoop ik he.

Hank  Ali en… Amina

Grietje  Ik weet alles van pijn..

Hank Of komen ze uit de storm…
007 en Mata Hari, zo hun schuilplaats uit geblazen
Vijf dagen lang. De donder echoënd alsof God een brullende deserteur was in de martelkamer die met stroomschokken gestraft werd voor zijn verraad.
De teringlijer.

Grietje  Mijn botten zijn broos ziet u.

Hank Beetje regen kennen wij wel.
Wolken zitten hier wel vaker klem.

Grietje  Mijn moeder zegt altijd: “Als ze alleen al naar je kijken, breek je in duizend
stukjes.”
Zo erg is het natuurlijk niet, maar veel kan ik niet hebben.
Je hebt mensen van glas en mensen van steen.
Dat zegt ze altijd. Mijn moeder.

Hank Maar dit was anders.

Grietje  Van glas en van steen.
En mijn botten zijn gemaakt van ‘t dunste glas, het fijnste zand
van engelenstof. Zegt ze.

Hank Het stijgende water ging zo snel, dat het eerder leek op een aanval. Inundatie-tactiek,
verdrinkend land. Gewoon wegspoelen dat nietszeggende dorp. Waarom zou anders hulp uitblijven?

Grietje  Komen jullie op bezoek?

Hank  Nee, wacht. Hij is vast een Karl

Grietje  Ze komt zo hoor.

Hank   en zij…

Grietje  Mijn moeder

Hank – vast een Svetlana.

Grietje  Hallo?

Hank Ze lacht. Niemand weerstaat Grietje die lacht.

Grietje Hoort u mij?
Hebben jullie geen spullen? Geen tas ofzo?

Hank  (roept achter zich, naar binnen) Harold!

Grietje  Hai. Ik ben Grietje.

Hank  Dit zijn geen reizigers

Grietje  I am Grietje.

Hank  Dit zijn zoekers.

Grietje  Ich bin Grietje

Hank HAROLD!

Grietje  Grrieetje (ze klopt op haar borst) auw, sorry.

Hank Waar ben je sukkel.

Grietje  Moet ik misschien iemand bellen?

Hank De trein is geweest.

Grietje  Mijn moeder komt zo.

Hank Emme is laat. Ze haast zich van het hotel naar het station met de verenrolstoel om
haar kleine meisje uit haar gouden kooitje te tillen. Alles in huize Emme moet rond en zacht.
Terwijl ze zelf hard en puntig is.

Emme komt het perron op gerend.

Emme  Sorry!

Hank  Geen kont, geen tieten, geen houvast.

Emme  Ik ben laat.

Hank  Niks aan.

Grietje  Hai.

Hank  Grietje daarentegen…

Emme Auw!

Grietje  Gaat het?

Emme  Nee. ‘k moest van Madeleine de hele middag op mijn knieën met een föhn om die
pokke vloer een beetje droog te krijgen.
Met een haarföhn!
“t moet droog voor het Heidi-feest begint, Emme.”
Terwijl zij daar met haar dikke lijf en druipend vel aan de tap hangt.
Alsof ik niets beters te doen heb.
(over Grietje haar radio) Oh staat ‘ie uit?

Grietje  Laat me raden: de boeken..

Emme Tuurlijk de boeken!

Grietje  Alsof je ze verkocht.

Emme Nu niet meer nee.

Hank  Met haar linkerhand graait ze in haar blouse, op die platte magere borst op zoek naar
de sleutel.
Hebbes.

Emme haalt de sleutel van haar ketting, opent de kiosk en begeleidt Grietje – haar waardevolle, breekbare, broze zorgendochter – naar de rolstoel vol verenkussens op grote zachte banden.

Emme  Kom meisje, we gaan.
Had je een goede dag?

Grietje  (tegen de nieuwkomers) Dag!

Emme Tegen wie heb je het?

Grietje Tegen die twee vreemdelingen.

Emme Wie?

Hank Karl en Svetlana

Grietje  Ik heb ze gevonden.

Emme Mensen vind je niet.

Grietje  Ik wel.

Hank pakt zijn telefoon en belt Harold.

Hank Kom, broertje. Neem op.

Emme Grietje, mensen ruiken het als iemand zwak is.
En jij kan je niet verdedigen.
Beter blijf je ver van iedereen vandaan.
Kom, liefje, we gaan.
Naar huis.

Hank  En daar gaat ze weer. Emme-gekke-lemme, Echo Mike Mike Echo – terwijl ze tegen
iedereen gakt:

Emme “Niet in de buurt komen, niet bewegen, niet hoesten, zelfs niet ademen. Pas d’r op!”

Harold neemt de telefoon op.

Hank Stelletje idioten!

Harold  Wie?

Hank Harold!

Harold  Hank!

Hank We hebben een probleem.

Harold  Wie

Hank Er staan twee vreemde figuren op het perron.
En ik voel aan m’n water dat het stinkt.